VERLAINE, Paul




L'heure exquise


La lune blanche

Luit dans les bois ;

De chaque branche

Part une voix

Sous la ramée ...


Ô bien-aimée.


L'étang reflète,

Profond miroir,

La silhouette

Du saule noir

Où le vent pleure ...


Rêvons, c'est l'heure.


Un vaste et tendre

Apaisement

Semble descendre

Du firmament

Que l'astre irise ...


C'est l'heure exquise.



Het verrukkelijke uur


De maan is blank

en glanst door ‘t hout;

vanuit elke rank

klinkt een stem boud

onder ‘t gebladerte.


O teergeliefde.


De vijver ligt zo luw

- een diepe spiegel - en

weerkaatst de schaduw

van de zwarte treurwilg

waar de wind door schuurt.


Laten we dromen, dit is het uur.


Oneindige malen

lijkt een tere rust

neer te dalen

uit een heelal gekust

door ‘t sterrenvuur.


Dit is het verrukkelijke uur.


(vertaling Z. DE MEESTER)





Colloque sentimental


Dans le vieux parc solitaire et glacé,
Deux formes ont tout à l’heure passé.


Leurs yeux sont morts et leurs lèvres sont molles,
Et l’on entend à peine leurs paroles.


Dans le vieux parc solitaire et glacé,
Deux spectres ont évoqué le passé.

– Te souvient-il de notre extase ancienne ?
– Pourquoi voulez-vous donc qu’il m’en souvienne ?


– Ton coeur bat-il toujours à mon seul nom ?
Toujours vois-tu mon âme en rêve ? – Non.


– Ah ! les beaux jours de bonheur indicible
Où nous joignions nos bouches ! – C’est possible.


– Qu’il était bleu, le ciel, et grand, l’espoir !
– L’espoir a fui, vaincu, vers le ciel noir.


Tels ils marchaient dans les avoines folles,
Et la nuit seule entendit leurs paroles.



Gevoelig gesprek


In het oude park, ijskoud en afgelegen,

zijn twee gestalten voorbijgedreven.


Hun ogen zijn dood, hun lippen week,

hun woorden amper hoorbaar, bleek.


In het oude park, ijskoud en afgelegen,

riepen twee schimmen uit het verleden:


– Herinner je je onze extase van weleer?

-- Waarom zou ik dat nog moeten weten?


– Slaat je hart nog bij mijn naam alleen,

zie je mijn ziel in je dromen weer?-- Neen.


- Ach, de mooie dagen van onzegbaar geluk,

toen onze monden elkaar vonden. -- 't Had gekund.


– Hoe groot was de hoop, hoe blauw de lucht!

-- De hoop is verslagen in de zwarthemel gevlucht.


Zo gingen zij door de wilde haver voort,

alleen de nacht heeft hun woord gehoord.


(vertaling Z. DE MEESTER)