PALMEN, Connie



De vriendschap

…..
Na een Cuba Libre had ik het al gemerkt, dat het invloed had op mijn hoofd, dat het me licht maakte en spraakzaam, vergevingsgezind en overmoedig, schaamteloos, onverschillig en onbehoedzaam. Alles wat mij tot dan toe binnen de perken gehouden had, verdween na het eerste glas. Ik danste met Marga op James Brown, liet me zoenen door Sly en mijn borsten betasten door Annis, terwijl het enige dat me werkelijk bezighield de volgende Cuba Libre was.

Net zoals de eerste tien pakjes sigaretten mij niet gesmaakt hadden, zo smaakten mijn eerste glazen drank mij ook niet.

Het gaat ook niet om de drank, het gaat om het effect van het drinken.

Ik wilde alleen nog maar drinken om nog minder nuchter te worden, om de grenzen te bereiken van mijn schaamteloosheid en onverschilligheid. Het enige dat ik voelde was dat er niemand op de wereld bestond die mij op dat moment zou kunnen tegenhouden, dat niemand de macht bezat om mij te verbieden zoveel te drinken als ik wilde of een grens te stellen aan mijn gedrag.

Ik voelde mij onaantastbaar en onafhankelijk. Ik voelde me soeverein, vrij en goddelijk eenzaam.

…..
Verslaving heeft volgens mij altijd te maken met het herstellen van een evenwicht tussen gevoel en verstand. Iemand die veel drinkt benevelt zijn geest en dat benevelen is noodzakelijk om een controle over het lichaam te verliezen. Je houdt dat lichaam alleen maar rechtop, voedt, wast en kleedt het naar behoren, als je nadenkt. Je kunt ook te veel nadenken over het lichaam en het daardoor belemmeren in het ondergaan van plezier, van genot.

Behalve wat het is, vlees, water, bloed en botten, is het lichaam net zo’n talig ding als de woorden zelf. Mensen die hun eigen lichaam niet als een symbool kunnen behandelen, er niet mee kunnen spreken of zichzelf dat spreken om de een of andere reden verboden hebben, die gaan drinken om dat verbod op te heffen, om een onredelijke, te strenge, angstaanjagende geest het zwijgen op te leggen en het lichaam eindelijk eens de kans te geven om te spreken.

Dronkaards haten de leugens van hun nuchtere lichaam, ze haten die taal, hun gesproken woorden, hun glimlachen, het gefnuikte verlangen van hun vlees, het verraad daarvan.

Een verslaving is een uiting van een verboden taal. En daarin is zij zelf weer een taal, een openbaring, een te ontcijferen teken.

…..


De wetten

…..
Vandaag ben ik langs geweest bij Clemens Brandt. ‘s Middags ben ik gegaan, toen ik de belknop indrukte begon het al; ik was erg zenuwachtig en ik probeerde nog een variant te bedenken op de afgezaagde begroetingszin die ik had bedacht Ik was erg benieuwd hoe hij eruit zou zien. Toen hij de deur open deed, schrok ik van de man die ik zag, maar ik liet niks merken. Clemens Brandt was klein en dik. Ik vond dat hij een allesoverheersend groot hoofd heeft met hangwangen, onderkinnen en een uitpuilende, puntige schedel, waar te lang haar in vettige slierten vastgeplakt ligt. Hij draagt ook een bril, een zwaar montuur en de glazen zijn dof van het vuil. Het is de lelijkste man die ik ooit heb gezien. Ik moet eerlijk zeggen, hij heeft wel een mooie stem. Toen ik in de zitkamer kwam, overviel me een zijig gevoel van mededogen, dat zich vasthecht in mijn keel en voorlopig niet verdwijnt. We hebben in de zithoek een tijdje zitten praten met elkaar. Tijdens het spreken kwam er steeds wat speeksel op zijn lippen, dat hij vervolgens weer naar binnen zoog. Daardoor vond ik dat hij er heel kinderlijk uit zag, als een zuigeling. Als hij lachte, lachte hij luid en met een opengesperde mond. We hebben een lange tijd goed gesproken, na een tijdje lag er zelfs een heel stapel boeken uit de boekenkast op tafel. Hij vroeg of ik mee ging lunchen. Ik ben meegegaan naar een restaurant waar hij heel vaak komt.

Het was een fijne dag. Clemens Brandt vertrouwt me, hij weet veel, het is een eer iets voor hem te kunnen betekenen. Lief dagboek, ik zal je zeker op de hoogte houden van deze man. Ik ben blij dat ik je dit allemaal kan vertellen, jij luistert tenminste in stilte.

…..