BREUKERS, Chrétien
Voor de verre prinses
…..
We moeten nog van alles in het leven. Woorden morsen. Daden stellen. Besluiten nemen die het universum even scheef zetten. Opleven en ten onder gaan. Willen. De wil om wat dan ook te doen met hoofd en hart ten uitvoer brengen. Toezien dat het mislukt en lukt. Jij pakt daartoe jouw buik met mooie rondingen op en ik, ik neem een iets grotere koffer voor de mijne. Kijk, daar lopen we. Twee mensen in het begin van de eenentwintigste eeuw. Kleine mensen in een wereld die zo groot is dat we geen idee hebben hoe groot. Zelfbewust. Vervuld.
…..
De pen in het hart
…..
Mijn God is seksverslaafd. Hij weigert in therapie te gaan. Mijn God heeft OCD en is bang voor wat mensen hem aan kunnen doen. Mijn God wilde een zusje. Hij had geen ouders. Mijn God lag wakker omdat hij nooit zou kunnen trouwen en trok zich af op een foto van de (nog jonge) Maria. Mijn God was niet alleen angstig, hij werd ook nog verteerd door schuldgevoelens, die hij zelf in de (door hemzelf gemaakte) wereld had geholpen. Mijn God verveelde zich met zijn schepping, die hij het liefst zou willen vernietigen. Zoals een kind een met veel moeite gemaakte toren omduwt, plotseling overvallen door vernielzucht.
…..