URBANUS
Annie Zingt Een Liedje
Annie zingt een liedje op het schooltoneel,
over een zoenend koppeltje onder een prieel.
Maar hoe lang zal het nog mogen dat Annie zomaar zingt?
Annie is een meisje en 't is daar dat 't schoentje wringt.
Daar staat al een verlichte geest die meteen begint te dreigen,
dat Annie mag niet zingen, nee Annietje moet zwijgen.
Annie vertelt grapjes op de autobus naar school,
over baby’tjes die komen uit een witte kool.
Maar hoe lang zal het nog mogen dat Annie vrolijk doet?
Annie is een meisje en die zijn niet even goed.
Daar staat al die verlichte geest met hele lange tenen,
van wie Annie niet mag grappig zijn, Annietje moet wenen.
Annietje, Annietje, zing je liedje blij.
En als het oog nog bozer wordt,
Annie, vecht je vrij.
Annie is aan 't dansen in de grote kermistent,
Ze danst met haar vriendjes Tim en Tom en Brent.
Maar hoe lang zal het nog mogen dat Annie zomaar danst?
Annie is een meisje en die houdt zich best verschanst.
Daar staat al die verlichte geest die ons wil overtuigen,
dat Annie niet mag dansen, ze moet haar hoofdje buigen.
Annie doet haar best op school ze wil een goed rapport,
haar ouders willen dat ze later dokter wordt.
Maar hoe lang zal het nog mogen dat Annietje studeert?
Annie is een meisje en dan is dat verkeerd.
Daar staat al die verlichte geest die maar één ding vreest,
dat Annietje veel slimmer wordt dan hij ooit is geweest.
Annietje, Annietje, zing je liedje blij.
En als het oog nog bozer wordt,
Annie, vecht je vrij.
Poesje stoei
'k Heb m'n slaapkamer behangen met spiegeltjespapier
Want ik heb maar één verlangen, lief stoeipoesje, kom hier
'k Heb de schemerlamp doen branden, de gordijnen dicht gedaan
'k Heb zeven dozen Kleenex op m'n nachtkastje staan
Hoor 't tromgeroffel en het bazuingeschal
Ik lig helemaal gereed en mijn fascistje staat al pal
Poesje stoei, poesje stoei, kom hier dat ik je vermoei
Poesje stoei, poesje stoei, kom en haal me uit de knoei
Poesje stoei, poesje stoei, mijne selder staat in bloei
Poesje stoei, poesje stoei, alles mag en niks is foei
Wat zit je daar te prutsen in die badkamer zolang
Straks plakken m'n erfgenamen tegen 't behang
Hou toch op met scheren, je bent al bloot genoeg
Laat dat eksternest maar hangen of scheer je morgenvroeg
Trek die stomme Ladyshave uit 't stopcontact
Vooraleer m'n Eiffeltoren in de Seine zakt
Spuit niet zoveel parfum op, mijn neus krult daarvan op
Die muskus die daarin zit maakt me dwaas in mijne kop
M'n wildste fantasieën gaan met me op de loop
'k Zie twintig negerinnen met hun borsten in de knoop
Zeg ga je bijna komen of ben je misschien doof
Ik lig hier weer te krimpen gelijk een zeemvel op een stoof
'k Ben de massageolie aan 't schudden gelijk 'ne zot
Zo rijdt m'n Lamborghini 'n garage niet kapot
Ik zal je laten blinken gelijk een kikker in zijn dril
Ja liefde kan esthetisch zijn als men 't maar wil
Maar kom me nu bevrijden want ik zit met m'n kanon
Helemaal gekneld tussen 't bed en 't plafond
Poesje stoei, poesje stoei, kom hier dat ik je vermoei
Poesje stoei, poesje stoei, kom en haal me uit de knoei
Poesje stoei, poesje stoei, mijne selder staat in bloei
Poesje stoei, poesje stoei, en als 't nie mag zeg je maar oei
Als Ik Doodga
Als ik doodga,
en ik naast m'n lichaam sta,
dan zal ik rustig blijven wachten
tot ze me komen halen
De goede geesten van het licht,
want zij zullen me leiden
naar de eeuwig groene weiden
Als ik doodga,
zal ik helemaal niet bang zijn
Ik zal zelfs heel tevreden zijn,
want ik heb vertrouwen
in wat er komen zal
Niemand loopt verloren
als hij op weg is naar 't heelal
Als ik doodga,
dan zal God me vragen
wat ik met al die mooie dagen
van m'n leven heb gedaan
Hij zal vragen waar ik zat,
of ik aan Hem wel heb gedacht
toen ik Hem niet nodig had
Als ik doodga,
en ik naast m'n lichaam sta
begint alles van tevoren,
want ik word opnieuw geboren
Eer alles is voltooid,
zal ik nog dikwijls moeten sterven
Maar echt doodgaan doe ik nooit
De Aarde
De aarde is een grote bol met planten en met beestjes vol
en ze draait al heel lang in het rond
En wat ik haast niet kan geloven
soms hangen we onderste boven
en toch blijven onze voeten op de grond
En al de wolkjes boven ons
die lijken wel één grote spons
ze brengen ons het water van de zee
En als de aarde drinken wil
dan houdt de wind de wolkjes stil
en dan valt al dat water naar benee
Ho, grote wereldbol ik snap er niet veel van
het is gewoon een wonder wat je allemaal kan
je vliegt maar en je vliegt maar zonder te verdwalen
je draait maar en je draait maar zonder motor of pedalen
Als de zandman weer verdwijnt
en de zon haar zonnestraaltjes schijnt
lekker op de rug van onze poes
Dan valt aan de andere kant de nacht
daar is 't Janneke maan die lacht
naar de ingeslapen kangoeroes
En als Jezeke zijn bedje maakt
en al zijn pluimpjes kwijtgeraakt
dan begint het hier bij ons te sneeuwen
Toch bruint de zon in Afrika
de negertjes tot chocola
maar bijt ze niet want anders gaan ze schreeuwen
Ho, grote wereldbol ik snap er niet veel van
…..
En vanwaar dit allemaal komt
de lucht, het water en de grond
dat kan tot nu toe niemand vertellen
De aarde draait hier niet alleen
er zijn nog meer bollen om haar heen
veel meer dan de mensen kunnen tellen
Want als je straks een lichtje ziet
dat plotseling door de hemel schiet
dan kan dat een marsmannetje zijn
Dat heel gewoon aan jou komt vragen
of je één van deze dagen
met hem meevliegt in zijn marskonijn
Ho, grote wereldbol ik snap er niet veel van
…..
Moeke Medelij
Ikke mij heel groot vervelen
Ikke mag niet buiten gaan
Treintje in de zavel spelen
'k Heb m'n blauw kostuumpje aan
Maar ik liever in adamskleedje
En ravotten overal
Dan niet erg zijn ik een beetje
Zwart en vuil zijn als ik val
Waarom moet ik binnen blijven
Als het zonneke schijnt zo geel
Stoute mammie altijd kijven
Als ik effe buiten speel
Zij altijd zeggen ikke stout
En buiten veel te nijg te koud
Maar ik niet koud, ik altijd warm
Ikke sterk zijn als gendarm
Ikke gisteren slaag gekregen
Van ons moeke hare slof
Ikke borstelke gevegen
Heb in haren tulpenhof
Ikke sigarettenpakske
Uit ons pa z'n broek gepakt
En gans de boel op m'n gemakske
Met colle-tout aaneen geplakt
Maar als ekik niet buiten mogen
Dan strijk ik de kamertrap
Vanonder totte gans vanboven
Vol met pis en vol met kak
Of anders pak ik een banaan
En duw ze in het sleutelgat
Of klop ik met m'n telleraam
Al de tikkeneitjes plat
Ikke blijf hier toch niet binnen
Met dat blauw kostuumpje aan
Ikke op twee stoelen klimmen
En ontsnappen langs het raam
Ikke dikke slag gevallen
En een suikertand kapot
Maar da's niks, ze waren allen
Van het snoepen scheef en rot
'k Lig hier nu in de patatten
Ik viel van de buitenkant
M'n jasje is al vol met spatten
Jiepiejee, dat is plezant
Want mij dat toch niet kunnen bommen
Dat m'n jasje is kapot
Ik gekregen van bobonneke
Zij toch toverheks en zot
'k Loop nu dartel in de weide
Door de sprietjes van het gras
En ik klop pletsend met m'n beide
Pollekes in de waterplas
Ik giet water in mijn mouwen
En steek modder in mijn zak
Ik heb mijn broekske opgevouwen
Omdat 't aan m'n beentjes plakt
Duizend borsten en fopspeentjes
Daar komt moeder woedend aan
't Is spijtig van m'n korte beentjes
Anders zou ik lopen gaan
Moeke het precies erg menen
Z'houdt haar handjes in haar zij
'k Zal maar al beginnen wenen
Dan ons moeke medelij
Alle kindjes opgelet
Naar wat met mij gebeuren gaat
Nu vlieg ik zeker in mijn bed
Tot morgenvroeg of morgenlaat
Ikke mij heel groot vervelen
Ikke mag niet buiten gaan
Treintje in de zavel spelen
'k Heb m'n pyjamaatje aan
De Wereld is om zeep
Ze hebben mijn hond zijn rug afgezet
tot aan zijn poten
en ‘m vol antibiotica gespoten
want hij leed aan een nog al ver
gevorderde kanker
en hij had toch zo'n pijn
de dokter troostte mij: hij komt er wel door,
maar ‘t zal nooit geen struise zijn
de wereld is om zeep
er gebeuren rare dingen rondom mij
helemaal om zeep
en het laatste oordeel kan niet ver meer zijn
m’n moeder dat goed mens is in ‘t midden van de nacht
vol paniek de straat op gelopen
d’er kwam een gastarbeider uit de stoof gekropen
m’n grootvader dacht dat komt van die nieuwe antraciet
want in mijn tijd toen hadden we dat niet
de wereld is om zeep
…..
de paus heeft kardinaal Van Sop tot aartsbisschop gezalfd
die sukkelaar die staat nu vol eczema
z’n ganse lijf krioelt van schilfers en van kwabben
tussen het des Vaders en des zoons
moet hij zich zeven keren krabben
de wereld is om zeep
…..
en of je me gelooft of niet maar dit is al te kras
ik droomde vannacht dat ik negen maanden zwanger was
en inderdaad, stipt ongeveer om negen uur en half
heeft m’n maagd Marina een veulentje gekalfd
de wereld is om zeep
…..
Bakske Vol Met Stro
Heel lang geleden voor de allereerste keer
Dat had ge moeten zien, 't was verschrikkelijk slecht weer
Lag Hij daar te bibberen in een kouwe koeienstal
In een kribbeke met een os en een ezel, dat was al
Maar boven in de lucht kon je een sterreke zien staan
Dat alsmaar zat te fonkelen, d'r hing een wegwijzertje aan
En 't heeft niet lang geduurd of dat was daar volle bak
Het krioelde van de herders met een dikke wollen frak
Toen kwamen de drie koningen, een zwarte en een witte
Ze vroegen of ze ook mochten komen babysitten
Ze schonken een rol balatum en een grote pot vernis
Een salami met look en een aquarium met een vis
De zwarte gaf aan Jozef een paar vijzen en een boor
En aan Jezeke een sjaaltje en een broekje in ivoor
Maria kreeg een zak cement met een grote roze strik
En een potlood en een gommeke om te gommen kreeg ik
Jezeke is geboren, Halleluja hallo
Jezeke is geboren, Halleluja
Jezeke is geboren, Halleluja hallo
Jezeke is geboren in een bakske vol met stro
Jezus nam z'n fles met pap en havervlokken
En heeft nog rap een verse pisdoek aangetrokken
Hij zei 'vrede op aarde aan iedereen die dat wil'
Toen werd weer alles kalm en alles werd weer stil
Hij had er daar genoeg van en hij ging er maar vandoor
En trok zijn aureooltje scheef over z'n oor
Hij is gelijk een grote in zijn sportwagen gekropen
'Al wie dat mij volgen wil zal wreed hard moeten lopen'
Jezeke is geboren, Halleluja hallo
…..