WILMARS, Dirk



De psychologie van de Franstalige in Vlaanderen

…..
De jongedames uit de burgerij werden in het Frans opgevoed door de Franse zusters Ursulinen die zich hier te lande kwamen vestigen, en nadien gevolgd werden door talrijke andere Franse kloosterorden. Generaties in het Frans taterende meisjes kregen een opvoeding doordrongen van de geest van ‘le joli-joli’. Al die Franstaligen hebben in de 18 de eeuw niet één kunstenaar van enige betekenis voortgebracht.
…..
Er was in Vlaanderen inderdaad iets verschrikkelijks gebeurd. De bezittende klasse sprak een andere taal dan de bezitloze. Daardoor werd de verspreiding van de Franse cultuur in het Vlaamse land ingedijkt. Het was niet mogelijk armzalig te leven en Frans te spreken, zoals het niet mogelijk was steenrijk te worden en toch Nederlands te blijven spreken.

…..
… omdat dit eigendomsrecht berust op het feit dat de anderen zich niet tegen de ‘usucapio’ of het–zich-toeëigenen’ is er een vorm van, omdat dit eigendomsrecht berust op het feit dat de anderen zich niet tegen de ‘usucapio’ verzetten. Wanneer echter de partij die laat begaan, hieraan een einde wil stellen, dan is de geprivilegieerde partij verontwaardigd, alsof haar het grootste onrecht wordt aangedaan.
…..
Maar welke morele verklaring gaven ze om de stille stem te sussen die zei dat ze met de kleine man toch niet handelden zoals het hoorde? Ze verklaarden doodgewoon dat zij zo handelden in het belang van de Nederlandstaligen zelf. Zij voelden zich deelachtig aan de rijkste cultuur van de wereld, terwijl ze het ‘Vlaams’ niet eens voor een taal hielden. Het probate middel om de Vlamingen uit hun minderwaardige situatie te bevrijden was ze Frans aan te leren.

…..
Iedereen was er grondig van overtuigd dat de kennis van de Franse taal in Vlaanderen de nuttigste van alle wetenschappen was. Men vroeg dus niet liever dan verfranst te worden. De Belgische staatslieden hoefden dus zeker geen duivels plan uit te broeden om de Vlaamse gewesten te verfransen.

…..
Maar er is een tovermiddel om beschaafd te lijken zonder het te zijn, en dat is: zich voordoen als een Franstalige. Sommigen zijn van huis uit Franstalig, maar voelen zich verplicht het zo luidruchtig mogelijk te affirmeren. Anderen worden zogenaamd Franstalig omdat ze succes hebben in zaken en een hogere status willen bereiken zonder er iets meer voor te doen dan Frans te leren. Ze zoeken de kringen op waar Frans gesproken wordt. Ze rijden paard, kopen een jacht of gaan jagen om in bepaalde clubs binnen te raken. … Ze dwalen rond de Rotary en andere clubs, …
…..


De pracht van de Vlaamse lelijkheid


Bij gebrek aan eigen elite, en ingevolge de voornoemde omstandigheden, was het Vlaamse volk in de eerste helft van de XIXe eeuw in een ontzettende cultuurloosheid vervallen. Het lelijke was de natuurlijke omgeving en het klimaat van dit volk geworden. Er werd slechts dialect gesproken, en, uitgezonderd het West-Vlaams dialect, zijn al onze dialecten lelijk. Zelfs het zogenaamd beschaafd Nederlands was geen Nederlands meer, maar een verouderd Vlaams, dat slechts weinigen correct schreven en spraken. In plaats van fraaie omgangsvormen, gebruikte men schandaalwoorden en dito uitdrukkingen. De Vlaamse kunst had opgehouden te bestaan. Al wat er nog gebouwd werd, ontsierde de steden en het landschap. In Antwerpen werden zelfs van de voornaamste monumenten en van de prachtigste gebouwen afgebroken en gesloopt (de stadspoorten, de St.-Michielsabdij, het Rubenshuis). Met slechts één stem meerderheid werd het behoud van de aloude burcht, het Steen, in de gemeenteraad van Antwerpen gestemd. Nergens kon dit volk nog een voorbeeld vinden van het schone. Het had immers geen elite om het naar de cultuur te leiden.

…..
Alleen een grote bezieling kon dit. Het is niet toevallig dat juist een Vlaming last kreeg met de katholieke kerk, omdat hij het lijden van Christus zo lelijk uitbeeldde. Hij was het lijden van Christus gaan beleven, omdat de fraaie atletengestalte van Christus aan het kruis een leugen was. Hij leefde in een milieu van werklieden en van boeren, in een tijd dat de strijd om het bestaan met veel leed gepaard ging. Hij zag dagelijks de uitgemergelde lichamen van de Vlaamse werklieden en boeren, en die lelijkheid bracht hem dichter bij zijn eigen visie op het passieverhaal. Sommigen gaf zijn kruisweg de indruk van een griezelig vertoon om sensatie te verwekken, anderen van een godslastering, omdat hij Jezus' lichaam zo vreselijk had toegetakeld. In feite betekende het voor Servaes heel wat meer dan een sensationele exhibitie van wonden; hij had het grote lijden leren aanvoelen door het armzalig lijden van de Vlaamse proleten. Prof. De Bruyne vat zijn kunst als volgt samen: ‘Het blijft dat zijn kunst overdreven is. Maar hoe titanisch sterk! Hoe hallucinerend suggestief!’

…..