BREUKERS, Chrétien
Een bericht
Dit is inderdaad niet te verdragen. Lege kamers
kijken me verwijtend aan. Ik zet dozen anders
neer en nog eens anders en dan ga ik vroeg
naar bed.
Iemand, ik weet niet wie, zei dat het hoorde.
Wanneer het weer voorbij is raakt het ook
vergeten. Maar ik vergeet zo slecht.
Iemand kwam me helpen. Nu staan de dozen
op hun plaats. Ik rust uit, al heb ik
niets volbracht.
Dit is inderdaad heel anders, nieuwe kamers.
In alle kamers draait mijn leven
zich om.
Kronkelpaden
Kronkelpaden. Onverharde wegen.
Boerderijen in de plooien van het landschap
weggezakt. Silo's. Het notarishuis.
De pastorie. De oude en de nieuwe school.
En daar: geboortehuis. Zo levensecht.
Zo helemaal gebouwd voor een geborene.
Er hangt geen bord. Er staat geen borstbeeld voor.
Toch: er werd met ongekende kracht geworpen.
Bovendien werd er ook achttien jaar geleefd.
Getogen, heet dat dan. Eerder flink verbogen,
maar dat is nu van geen belang. Murmeltalen
klonken in het oor - kraakten uit de radio.
Verre werelden, voor later, vouwden waaiers
open als in stadse dranklokalen. Maar nee:
er zijn geen verre werelden, geen waaiers meer.