LIEVAART, Inge


De stem van het water'


Als de stem van het water stilvalt

haar strelende vingers verstijven

verkleumd haar armen zich vouwen

om haar arme plankharde lijf

blijf dan niet staan als een dode

vlucht dan niet weg in het niets

zoek naar een woord dat opent

het is er het ligt al gereed

en beitel met koppige woede

een kerf in het ijzeren dak

een spleet in het zwart van de winter

zie het gat voor de zon wordt al groter

het lijf van het water wordt zacht

beweegt en strekt weer de leden

het vingert aan bloemen en gras

o het stamelt, hoor toe, het gaat klinken:

kom drinken, kom drinken



De toekomst is al gaande


De toekomst is al gaande,

lokt ondanks tegenstand

ons weg uit het bestaande

naar eens te vinden land.


De toekomst is al gaande,

schept doorgang door de vloed,

dwars door het ongebaande

een pad dat voortgaan doet.


De toekomst is al gaande,

een bron in de woestijn

zingt tegen het vergaan in:

de dood zal niet meer zijn.



Een stem drong tot mij door


Een stem drong tot mij door

een roepen ongekend

van overredend smeken

tot fel als spechtensnavel

een opening zich sprekend

een nest in mijn gehoor


een stem drong tot mij door

een roep van overver

een woord van nadering

een fluistering vlakbij

een ademtocht van liefde


De strijd tussen het nee en het ja


Er is een macht die nee zegt

zich hult in duisternis

om sluipend te ontluisteren

wat aan geluk nog bloeit


gebalde anti-macht

die zelfs de kleinste goedheid

belaagt met vals venijn

dat woekert en vernietigt

tot al het zachte hard is

van leven leeg zal zijn


_

Er is een macht die ja zegt

het ja dat alles schiep

licht uit het duister riep

ook ons de adem gaf


de ja-wil van de liefde

broedvogel van bewaring

die nog de kleinste goedheid

het aarzelendste worden

met warm geduld behoedt

tot al het harde zacht is

het leven heel zal zijn


wie tot die liefde ja zegt

hoe ook het nee nog woedt

is diepin onaantastbaar

een ja voorgoed