DREESEN, Jaak


Niemand weet

Hij sloft zo zachtjes heel alleen

door de dagen van september.

Vandaag een glas en morgen geen

en winter in december.

Nooit krijgt hij eens een sigaret

of een borrel aangeboden.

Nooit kruipt hij in een warm bed

en veel is hem verboden.


Ze gaan en komen en gaan voorbij

en niemand weet, niemand weet

van waar ze komen, waarheen ze gaan.

Niemand weet.


Hij kijkt zo schuw en gaat zijn weg

door de regen van november.

Hij vindt de regen op zijn weg

en hagel in december.

Hij telt de doden in zijn krant,

zo velen die verdwenen.

Straks is hij dood en in dit land

zal niemand om hem wenen.


Ze gaan en komen en gaan voorbij

en niemand weet, niemand weet

van waar ze komen, waarheen ze gaan.

Niemand weet.



Houden van

Houden van kun je bij Shakespeare niet leren,

Romeo en Julia die zijn al lang dood,

Je hoort over liefde veel onzin beweren,

Van liefde in boeken zijn de letters te groot

Het heeft immers meer met koffie te maken,

Met twee kouwe voeten 's winters in bed,

Met eventjes blij zijn en dan weer verdrietig,

Tot opeens iemand zegt: hier, een sigaret


Houden van, houden van,

't Is vaak niet bijzonder,

't Is vaak niet zo'n wonder,

Maar geen mens die zonder kan

Houden van, houden van,

't Is weinig poëtisch

't Is weinig profetisch

Maar geen mens die zonder kan


Houden van kun je de buurman niet leren

De ene zoent zus en de andere zoent zo,

Wie zo mooi model stond valt straks van zijn sokkel,

Soms is het hard knokken, soms krijg je het cadeau

Het heeft immers meer met warmte te maken,

Met twee zachte armen 's nachts om je heen,

Met eventjes vrij zijn en dan weer gebonden,

Tot opeens iemand zegt: ik zeg toch niet neen!


Houden van, houden van,

't Is vaak niet bijzonder,

't Is vaak niet zo'n wonder,

Maar geen mens die zonder kan

Houden van, houden van,

't Is weinig poëtisch

't Is weinig profetisch

Maar geen mens die zonder kan


Houden van kun je maar heel langzaam leren,

Hardlopers lopen zichzelf vaak voorbij,

Het staat niet in boeken, het staat niet geschreven,

Wat lief zijn wil zeggen voor jou en voor mij

Het heeft immers meer met geloven te maken,

Met twee grijze ogen die kijken je aan,

Met eventjes boos zijn en dan weer verdrietig,

Tot opeens iemand zegt: weg met die traan!


Houden van, houden van,

't Is vaak niet bijzonder,

't Is vaak niet zo'n wonder,

Maar geen mens die zonder kan

Houden van, houden van,

't Is weinig poëtisch

't Is weinig profetisch

Maar geen mens die zonder kan


Houden van, houden van,

geen mens die zonder kan

Houden van, houden van,

geen mens die zonder kan

Houden van, houden van,

geen mens die zonder kan

Houden van, houden van,

geen mens die zonder kan



Apocalyps

Laat ons liefste, nog heel even,

nog heel even, bij elkander,

bij elkander, zonder woorden

bij elkaar gelukkig zijn.

Zwijg maar liefste, nee niet praten,

nu niet praten maar heel even

zonder woorden bij elkander,

bij elkaar gelukkig zijn.


Morgen zullen sterren vallen,

uit de hemel sterren vallen.

En het gras zal morgen schroeien:

de hele wereld staat in vuur.

Niemand kan het nog verhinderen

dat alle moeders, alle kinderen,

alle planten, alle dieren

tot stof en as zullen vergaan.


Laat ons liefste, nog heel even,

nog heel even, bij elkander,

bij elkander, zonder woorden

bij elkaar gelukkig zijn.

Zwijg maar liefste, nee niet praten,

nu niet praten maar heel even

zonder woorden bij elkander,

bij elkaar gelukkig zijn.


Morgen zal het doodstil worden,

de grote stilte na de stormen.

Weggevaagd zijn alle vormen:

geen bloem geen blad dat nog beweegt

Na het splijten van atomen:

niet meer vragen, niet meer dromen

wat er morgen nog kan komen

want morgen, lief, is al voorbij.


Laat ons liefste, nog heel even,

nog heel even, zonder woorden

bij elkaar gelukkig zijn.

Zwijg maar liefste, nee niet praten,

nu niet praten maar heel even

zonder woorden bij elkander,

bij elkaar gelukkig zijn.