ROMBOUTS, Tony



Hoe ik heb gebloeid.

Hoe ik heb gevloeid.

Vlijmscherp gericht,

met een ledige pen

heb ik de spitse punt

zeer langzaam

laten snijden tot diep

in het blanke papier.


Wulps en verleidelijk wenkt


Wulps en verleidelijk wenkt

En lonkt de wachtende hetaere,

Langzaam en lui het lichaam rekkend,

Kwetsbaar, met gespeelde onschuld,

Om sluwe list en onverzadigbare honger

Methodisch te maskeren.

Impulsen worden zacht gewekt,

Naderingen gestimuleerd, oraal en manueel


Door demonische tekens, bezwaarde geesten

En o zo magische gebaren.


Talmend en tergend obsceen, bezweert zij,

Urenlang uitdagend naakt,

Intens en nauwgezet de wil.

Nooit blijft dergelijke lokroep ongehoord:

De drift verspreidt zijn bruisend gift

En toont de pretendent present
Roekeloos revelerend zijn gehavende


Lauweren, de adelbrieven van zijn

Uitgelaten hartstocht. Bronstige begeerte

Schittert schaamteloos op zijn gelaat en

Triomfantelijk waant hij zich werkelijk winnaar

En zo, reeds, van bij de aanvang dom verblind,

Negeert hij de klippen van haar verborgen kusten.



Ars poëtica


Laat ik dit zeer duidelijk stellen:

ik ben niets anders

dan de absolute reinheid

die zichtzelf, heel onverwachts,

als een feniks uit het niets heeft geschapen,

adembenemend mooi

en uiteraard volkomen autonoom.


Met klem waarschuw ik dan ook iedereen

dat er geen enkele dichter is

die met zijn poten

aan mijn lijf mag komen.


Zo niet sla ik hem

op zijn smoel.


De genese van het gedicht


Tussen wat vergruisde schelpen

aan de vloedlijn van het strand

plots enkele herkenbare letters vinden.

Sommige zijn nog drijfnat

en zichtbaar op zoek naar hun functie.

Andere liggen blakend te praten

naast enkele aangespoelde kwallen

die voorzichtig liggen te vergaan en door

de zon nog niet volledig zijn uitgedroogd.

Langzaam stappend langs de branding

kijkend naar de geluidloze gebaren

van de uitglijdende golven

vult het mandje zich volledig van zichzelf.

Ieder gedicht is een vondst

uit de werkelijkheid.