SPITZEN, Boudewijn



1000 vragen


ik zit ’s nachts vaak omhoog te kijken

als ik me onzeker voel

mijn ogen op oneindig

ik zie een heleboel


eindeloze rijen sterren

en een grenzeloos gewelf

ze maken me alleen maar kleiner,

veel kleiner dan mezelf


probeer me voor te stellen

hoe dat dan daar boven gaat

wil wel iets begrijpen

van wat er niet en wel bestaat


ik denk aan waar het ophoudt

en dat daar dan toch iets moet zijn

sterrenachten en gedachten

waarin ik verdwijn


zwevend zoek ik door de ruimte

naar de grenzen van het niets

een machteloos gevoel bekruipt me

waar is het einde van het iets


lichtjaren brengen me niet verder

van zwarte gaten ben ik bang

wat ben ik dan, wie zijn wij dan

en nog voor hoe lang??


vragen, vragen, duizend vragen

over een onbekend gebied

astronomische getallen

beantwoorden die niet


wel voel ik me meestal beter

zo na verloop van tijd

want wat is er nu nog belangrijk

bij zoveel, zoveel oneindigheid?


Ik drink


Ik drink
Doe het licht alvast maar uit

Ga naar boven toe en sluit

Je ogen toe en slaap

Ik blijf beneden en verzink

In mijn verleden en ik drink

Op wat ooit was...

Ja, ik beloof je niet te veel

Ik hou van je en slaap nu maar


Ik drink op elke vrouw die mij niet mag

Op ieder kind dat ik niet had

En jij die mij zo lang bezat

Ik drink op ieder huis dat ik verliet

Op elke vriend die mij verried

En jij die mij toch binnenliet


Toen die nacht

Vlak voor de bioscoop

Het regende en goot

Langs de stille gracht

Ik voer daar in mijn boot

En toen heel onverwacht

Stond jij daar stil en lachte

En ik zie nog je mond

Je lippen waren rond

Je rode lippen rond


Ik drink

Gelukkig word ik niet gauw dronken

Slaap... ik zie de jaren lonken

Vannacht schrijf ik een boek

Ik zie de beelden die ik zoek

Je krijgt pas laat een overwicht

Pas tegen 't vallen van de nacht

Het einde van het licht

Slaap maar, wees alleen

Slaap maar door mijn leven heen


Ik drink op elke ongeschreven brief

Op elke schoft, elk negatief

Op elk vergeefs 'ik heb je lief'

Ik drink op de gedachte die ik had

Op de gevolgen die 'k vergat

En jij die mij verdedigd had


Toen die dag

Waarop jij zacht in dat café

Vroeg: Mag ik met je mee

En ik die niets verstond

Ik was wat in de war

Mijn ogen stonden star

Maar jij keek daar doorheen

En jij begreep meteen

Daar zit iemand alleen


Ik drink op het gevecht van jou en mij

Op het gevloek en het gevrij

En op het keren van het tij

Ik drink op elke dag die is geweest

Op elke lach op ieder feest

En jij die toevallig leest

Ik drink op elke vrouw die mij niet zag

Op ieder kind dat ik niet had

En jij die mij toch wel bezat

En jij die mij maar niet vergat