DELEU, Jozef
“Toen jullie nog in het moeras kwaakten, schreven wij de Reynaert."
Francine
Juni zei ze
is het al juni?
Ze lachte de vraag uit haar ogen
en het regende voort.
Vogels zei ze
hoor je al vogels?
Ze wilde de merels dwingen
te gaan zingen.
A Paris zei ze
il n’y a pas d’oiseaux.
Toen sloot ze de ogen
en kantelde weg naar binnen.
Zaterdagmiddag 1
- Voor Annemarie
Zaterdagmiddag
niets gaat boven de tuin
de zonen en de zon
Zij praat
gehaast in de gebaren
lacht verlegen –
het is zo voorbij
het sprokkelen van de zomer
voor de winter, de herinnering
voor morgen als ze
ver weg zijn.
De moeder de vrouw
tot in de kruin van de haren
aanwezig.
Balans
Het einde van een dag
is alles zien,
de aarde als een hoenderpark
vanuit een vliegmachien.
Het einde van een dag
is altijd horen,
het hart van Elsschot, Nescio
boven de motoren.
Het einde van een dag
is alles krijgen,
op de naden van de nacht
het doodse zwijgen.
Het einde van een dag
is niets meer weten,
ook de schaduw van de boom
vergeten.
Zondags
met minder
lichaam
voelt hij zich
meer ziel
het regent
en hij
prijst
de zon
Oktober
Voor Maurice Gilliams
Schoon oktober
koperen jachthoorn
opschrikkende vogel
voor het koele schroot.
Schoon oktober
mistbank van twijfel
verdorrend geloof
ijdele hoop.
Schoon oktober
eenzame weelde
bruinrood geweld
van de dood.
Zesde beweging - 7
Het is tien uur in de avond als je beneden komt en de rekening
vraagt aan de verbaasde hotelier.
Hij aarzelt tot hij merkt dat het je ernst is.
Je betaalt en verdwijnt in de nacht.
Ik wil vannacht weer thuis slapen, in het vertrouwde bed,
zeg je voor je uit.
Niet één nacht wil ik wegvluchten voor de eenzaamheid
van mijn huis.
De herinnering aan Felix draag ik overal met mij mee;
maar de plaats die hem het liefste was, zijn thuis, die plaats
wil ik bovenal blijven eren.
Je loopt bijna opgewekt tussen het feestende volk.
Er wordt gedanst en gezongen. In steegjes zie je jonge
koppels wegvluchten en dicht tegen mekaar aanschuilen.
Het leven gaat verder.
Je hoort hoe mannen je schor achterna roepen.
Maar je stapt voort, ongegeneerd.
Nu weet je dat alles de moeite waard blijft. Ondanks alles.
Een nieuw geloof heeft van jou bezit genomen.
Dank zij de liefde, zeg je stil voor je uit.
Maar je vindt de goede woorden niet.
En het doet er niet meer toe.
einde
niet langer gedoogd
maar geroepen
verlost
uit de tijd
opdracht
volbracht
Spreker
hij praat
een vluchtweg vol
een onderkomen
tegen stilte
als de woorden
hem zullen
ontgaan
hij bouwt
een ranke
brug
van taal
tegen
vergetelheid
van nabestaan
weggaan
je moet geen afscheid nemen
je moet het huis verlaten
zonder om te kijken
je draagt het warm en wakker
bewoont het ook afwezig
je moet geen afscheid nemen
in door tijd verkleurde bladen
blijven woorden dromen
krachtiger dan daden
in mei bloeien de bomen
ook de oudste boomgaard
staat in gloed
je moet geen afscheid nemen
je moet het huis verlaten
zonder om te zien