CROMPHOUT, Francis

Trage wegen dragen ons als leestekens in het landschap.( Jaagpad)



Beeldspraak


wat blijft

als al het water van de wereld is weggeëbd

om mee te spelen als je de wind bent


enkel het beeld van het zand

tot korrels verpulverd

tussen de ijverige vingers van de demiurg


mijn beeld, vereeuwigd in de spiegel van je ogen

telkens opnieuw hijg ik je mijn adem toe

en wis het uit



L

Lilith, Lolita, Lillian

langs de hemel glijdend

is zij een dievegge in de nacht

met de wind, het onweer

voert zij de oorlog van de liefde

en geeft vleugels aan het genot

hoedster van slangeneieren

die zij haar lenige minnaars toewerpt

dooft zij hun zaad

in haar roodgloeiende bedstee

zij deelt die met de lynx, de jakhals, de sater

luidkeels lachen zij de ribgewelfde Eva uit



eerste gedicht


glijdend op het nachtwater zoals toen de maan

een lichtbaken achter de grote sprong


bij het raam, in de kille kamer, een jongen

hij kijkt verlamd toe

hoe de bol schuift en schuift

tot het volledig nacht wordt in zijn hoofd

en hij in het gedicht belandt

waarbinnen hij zich wakker droomt