LESAGE, Jef
Avondliedje
Wazig avondduister, weemoed in mijn hart.
Wonder windgefluister, streelt mijn stille smart.
Eindeloze luchten, vale sterrenglim.
Bange vogels vluchten, naar een veil’ge kim.
Over land en gouwen, rust een diepe vree.
Doet mijn handen vouwen, als een vrome bee.
‘k Hoor de koehoorn schallen, in een verre wei.
Bij het avondvallen, voel ik god nabij.