VERHEGGE, Willie


Wonde

Soms bijt de tijd mijn woorden stuk

en spreek ik met een mond van zout

omdat wat voorbij is wonde werd

en ik je nooit geheel genezen kan

van wat die ene lente je heeft aangedaan.

Maar jaren zorgen ook voor rust

die in de snelle dagen van weleer

bijna nooit mijn leven kleurde.

En dus ook niet het jouwe,

want al had ik je toen nog innig lief:

ik liet je nooit van mij bekomen,

ik was het vuur dat door je zachtste hout

de steekvlam heeft gejaagd

die nu aan mijn schaamte likt.



Renners sterven niet


Renners sterven niet,
ze verdwijnen alleen maar uit het zicht
eens zij met niet te evenaren stijl
de laatste finish hebben overschreden
en de snelheid van het leven
hen met stijve spieren achterlaat.


Want koersen blijven ze,
ook al vallen hart en wielen stil,
zij gaan in duizend hoofden door
met duwen en nooit doodgaan,
hun zweet geeft blijvend glans
aan het asfalt.


Weet dat
wanneer de aarde hen dan toch
met tegenzin bedekt,
hun naam voor altijd
als een echo tussen bergen
zal weerklinken.



Makker Mongool


voor Dirk V.D.S.


De kleine dikke hand die hij me drukt

komt zó uit zijn groot hart

en in zijn verzonken oogjes brandt een licht

dat aan een trouwe zaklamp denken doet.


Naar het volk van Djengis Chan werd hij genoemd,

maar zijn rijk is klein en niet van onze wereld;

het geven van bevelen is hem vreemd,

daarvoor is het te dikwijls kermis in zijn hoofd.


Hem helemaal begrijpen doen we niet,

zijn kennis werd in stille eenvoud

en zonder hulp van boeken opgevuld.

Hij studeerde simpelweg voor mens.

Doctor Honoris Causa Humana.

Een klopje op zijn goeie rug

maakt hem nog kleiner dan hij is:

echte vriendschap doet soms krimpen,

zéker in een wereld waarin ieder

voor zichzelf versterkte burchten bouwt.