Download document
ROBBEN, Jaap
Zullen we een bos beginnen ?
Graaf een kuil
en plant je boom
voorzichtig
naast de mijne.
Kunnen ze elkaar
uit de wind houden
als het stormt
of in de middagzon
samen zwijgen.
En als ze 's avonds
door de wimpers
van hun twijgen
naar elkaar kijken
beginnen ze al
op een bos te lijken.
Meneer
Oma kent mijn naam niet meer
vroeger spiekte ze nog
op het briefje
naast haar telefoon
verwisselde mij met mijn
vader, broer of oom.
Maar als ik nu
haar kamer binnenkom
met de klink nog
in de hand
zegt ze “Dag….
meneer.”
Oma kent
mijn naam niet meer
Kwukel
Ik ben niet bijzonder,
daar ben ik aan gewend.
Ik kan geen truc
die niemand kent.
In de stilte van mijn hoofd
bewaar ik geen geheim
dat mij de moeite maakt.
Voor mij bestaat zelfs geen recept
omdat mijn vlees naar lucht en water smaakt.
Misschien moet ik maar hopen
dat een mensenhand na duizend jaar
een paar botjes van me vindt en zegt:
‘Ik weet niet wat het is geweest,
maar dit was zo te zien
een heel bijzonder beest.’
.
You may also like … Ome Kees Je was oprecht en eerlijk, hartelijk, betrouwbaar, harde werker ook, maar koppig, Ome Kees. Geboren onder ‘t teken van de eerlijkheid kon je ’t goed met anderen vinden, de mensen voelden zich gemakkelijk bij jou. Je was dol op lekker eten, drinken, op gezelligheid, hield van … ― Atte JONGSTRA Continue reading › De wachtkamer Ik loop de Parklaan af tot honderdzeven: Bureau voor Levensnood. Een beetje bang druk ik de bel in, met de vage drang mij stiekem voor een ander uit te geven. Een lang, bleek meisje heeft mij ingeschreven. Ik volg haar als een schoolkind door een gang met … ― H.J. DE ROY VAN ZUYDEWIJN Continue reading › Carthago ’s ochtends Dolfijnen doken nog naar de zon. de nacht die aquaducten over beide heenspon, haven en voorstad, laat los. de krijtallee bij dageraad is zo verstild en rose, als wist ze dat verbanning staat op ’t strooien van geruchten. men kleppert het elkaar, halfslapend nog … ― Wilfred SMIT Continue reading › Silentium Al dat lawaai in de stad, liefste, en niets daarvan maak jij. Sinds ik jou liefheb is mijn ziel als een verlaten bibliotheek waar je alleen nog het gefladder van duiven hoort en kalk dat van hoge plafonds brokkelt en als poeder neerdwarrelt op leestafels waaraan … ― Koenraad GOUDESEUNE Continue reading › Avondlied De dag heeft weer zijn taak volbracht; het gouden licht wijkt voor de nacht en alle vogels zwijgen. Laat ons een kring nu rijgen, rondom het knettrend sparrenvuur, in dit gewijde avonduur. Nu daalt de nacht, ’t is rustenstijd, het uur waarop van vriend men scheidt. God … ― Steven DEBROEY Continue reading ›