Download document
ROBBEN, Jaap
Zullen we een bos beginnen ?
Graaf een kuil
en plant je boom
voorzichtig
naast de mijne.
Kunnen ze elkaar
uit de wind houden
als het stormt
of in de middagzon
samen zwijgen.
En als ze 's avonds
door de wimpers
van hun twijgen
naar elkaar kijken
beginnen ze al
op een bos te lijken.
Meneer
Oma kent mijn naam niet meer
vroeger spiekte ze nog
op het briefje
naast haar telefoon
verwisselde mij met mijn
vader, broer of oom.
Maar als ik nu
haar kamer binnenkom
met de klink nog
in de hand
zegt ze “Dag….
meneer.”
Oma kent
mijn naam niet meer
Kwukel
Ik ben niet bijzonder,
daar ben ik aan gewend.
Ik kan geen truc
die niemand kent.
In de stilte van mijn hoofd
bewaar ik geen geheim
dat mij de moeite maakt.
Voor mij bestaat zelfs geen recept
omdat mijn vlees naar lucht en water smaakt.
Misschien moet ik maar hopen
dat een mensenhand na duizend jaar
een paar botjes van me vindt en zegt:
‘Ik weet niet wat het is geweest,
maar dit was zo te zien
een heel bijzonder beest.’
.
You may also like … Rust. Heerlijke, donzige nacht zinkt op mij neer; zoelig zacht smelt in zijn adem 't laatst verlangen, wegstervend in een laatste stille klacht. De suizlende avondwind speelt in de zilvren snaren der kinderkalme ziel; en op zijn brede baren voert hij, de wijde stilte door … ― Alfred HEGENSCHEIDT Continue reading › Hoe durven ze? Ze zeggen dat België Frans is en rot, en dat zij al zo lang door hun land zijn bedot. Dat duurt nu al meer dan een eeuw, dat zingen van die Vlaamse Leeuw en die leuzen, betogingen, demagogie. En nu eisen ze dat in een democratie de meerderheid krijgt wat ze vraagt. Hoe … ― Hugo RASPOET Continue reading › Nieuwjaar Nog eens ten einde ’t oude en voor aan ’t nieuwe jaar, en tel ik tachtig op negen maanden maar! Waar zijn die zeventig en negen jaren henen? Als nieuwe dromen elk verschenen en verdwenen, en nu de volle som: maar ene oude droom. Wanneer zal ’t einde zijn? Hoe lang … ― Constantijn HUYGENS Continue reading › Aan Clorimene Toen u mijn suchten steets mijn liefde quamen melden, Die ick herkomstigh swoer uyt uw volmaeckt gesicht, Toen ick geen Godheyd had, dan u en 't minnewight, Die ick tot Afgoon van mijn ziel, en sinnen stelden. Toen ick in proos, en vaers, uw groote glans … ― Willem VAN FOCQUENBROCH Continue reading › Catwalk naar de schoolpoort Hij hinkelt sierlijk in zijn platgetrapte schoenen. Bedelt aan de deur voor comfortabeler vervoer Dit wordt weer ochtend-blazende haast. Wij praten in de wagen over al wat mooi en blij en knap in het vooruitzicht ligt. Over schetsen, tekeningen, foto’s … ― Maria SESSELLE Continue reading ›